Statiegeld: 7 Cijfers Achter de Pandwet die ook Jouw Zaak Raakt (Gids 2026) | HappyChef
Financiën

Statiegeld: 7 Cijfers Achter de Pandwet die ook Jouw Zaak Raakt

Niet 'de horeca moet nu ook statiegeld heffen' — een verplichting die in de meeste landen nooit op het glas aan tafel slaat, naast een veel ouder kratsysteem waar het echte geld al zit.

In dit artikel
  1. Waarom dit nu je aandacht verdient
  2. De 7 cijfers
  3. Wat statiegeld en het kratsysteem je zaak echt kosten — reken het uit
  4. Wat je hiermee doet, deze week
  5. De korte versie

Ergens in het nieuws zie je 'verplicht statiegeld' voorbijkomen en je denkt meteen aan het pintje dat je vanavond zelf tapt en serveert. In de meeste landen is dat mis: het nieuwe statiegeld op flesjes en blikjes raakt een verzegelde verpakking die de zaak verlaat, niet een glas dat je zelf opent, schenkt en op de kaart hebt staan. Wat wél al jaren bij je op tafel ligt, is een heel ander, veel ouder systeem — de kratstatiegeld van je drankenleverancier — en dat is precies waar breekverlies en zoekgeraakte kratten je echt geld kosten. Zeven cijfers zetten beide systemen naast elkaar.

Er bestaan eigenlijk drie verschillende dingen die allemaal 'statiegeld' heten, en de verwarring daartussen kost horeca-uitbaters onnodig hoofdpijn. Ten eerste: de nieuwe, wettelijk verplichte statiegeldsystemen op verzegelde flesjes en blikjes — Pfand in Duitsland en Oostenrijk, statiegeld in Nederland, système de consigne in Frankrijk, system kaucyjny in Polen, SGR in Roemenië, REpont in Hongarije. Ten tweede: de uitzondering die in de meeste van die systemen voor de horeca geldt — het statiegeld slaat op een verzegelde verpakking die verkocht wordt om het pand te verlaten, niet op wat je zelf opent en aan tafel serveert. En ten derde: het veel oudere kratstatiegeld tussen jouw zaak en je drankenleverancier, dat niets met deze nieuwe wetten te maken heeft en al decennia bestaat.

Dit artikel gaat expliciet niet over de herbruikbare afhaalbeker- en verpakkingsregels van de EU — het recht van een klant om zijn eigen beker mee te brengen, de RECUP-achtige statiegeldnetwerken voor herbruikbare bekers met €1 tot €5 statiegeld per stuk. Dat onderwerp behandelt dit eerdere artikel over de verpakkingsregels al uitgebreid. Hier gaat het uitsluitend over statiegeld op verzegelde flessen en blikjes voor eenmalig gebruik, en over het kratsysteem dat daar niets mee te maken heeft.

De reden dat dit onderscheid ertoe doet: een zaak die alleen drank schenkt en serveert — het overgrote deel van elk café, elke bistro, elk restaurant — valt in de meeste landen grotendeels buiten de nieuwe consumentenwet. Een zaak die daarnaast ook een koelkast met flesjes water of blikjes fris verkoopt om mee te nemen, een afhaalhoek heeft, of zelf flesjes doorverkoopt, valt er wél onder — en moet zich aanmelden bij het schemabeheer, ook al hoeft ze meestal geen fysiek innamepunt te bouwen.

Zeven cijfers geven je de kern: het bedrag zelf, hoeveel landen al meedoen, de vrijstelling die de meeste eigenaars verkeerd inschatten, het kratsysteem dat al die tijd al bij je stond, de cashflow die een verzegelde verkoop met zich meebrengt, de boetes voor wie zich niet aanmeldt, en de winkeloppervlakte die bepaalt of je zelf een innamepunt nodig hebt. Reken je eigen cijfers hieronder uit in de rekentool.

Waarom dit nu je aandacht verdient

De Europese verpakkingsverordening (Verordening (EU) 2025/40, van kracht sinds februari 2025 en van toepassing vanaf augustus 2026) verplicht elke lidstaat tegen 2029 minstens 90% van de verzegelde plastic flessen en metalen blikjes gescheiden in te zamelen. Een lidstaat die dat al op een andere manier haalt — met een aparte inzameling van minstens 80% tegen 2026 en een geloofwaardig plan voor 90% tegen 2028 — mag zonder statiegeldsysteem verder. Wie dat niet haalt, moet er een invoeren. Dat is de achtervang die maakt dat 'nog geen statiegeld' voor sommige landen een tijdelijke situatie is, geen permanente.

Wat het dossier lastig maakt om juist in te schatten, is dat 'statiegeld' in horeca-kringen intussen een verzamelnaam is geworden voor twee heel verschillende verplichtingen die toevallig dezelfde naam dragen. De ene is nieuw, overheidsgedreven en raakt vooral wat je verkoopt om mee te nemen. De andere is oud, leverancier-gedreven en raakt zowat elke zaak die drank schenkt — ongeacht of die zaak ooit iets 'meeneemt' verkoopt.

En precies daarom bestaat dit artikel: niet om je bang te maken voor een aanmelding die voor de meeste cafés en restaurants nooit relevant wordt, maar om je te laten zien welke van de twee systemen wél op jouw zaak van toepassing is, wat het je kost als dat zo is, en waar het geld in het kratsysteem dat je toch al gebruikt daadwerkelijk weglekt.

De 7 cijfers

Van het bedrag zelf tot de winkeloppervlakte die bepaalt of je een innamepunt nodig hebt — in de volgorde waarin je ze zou willen weten.

1. €0,10 tot €0,25 — het bedrag per verpakking

Duitsland voert al sinds 2003 (uitgebreid in 2006 naar blikjes en de meeste plastic flessen) €0,25 Einwegpfand op elke verzegelde eenmalige fles of blikje. Nederland rekent €0,15 op kleine flesjes en blikjes en €0,25 op grote plastic flessen. Oostenrijk startte op 1 januari 2025 met €0,25 per verpakking. Hongarije's REpont-systeem, sinds januari 2024, rekent ongeveer €0,13. Roemenië's RetuRO SGR, sinds november 2023, hanteert een vast bedrag van 0,50 RON — omgerekend ongeveer €0,10 — bewust laag genoeg gehouden om niet als prijsverhoging aan te voelen, maar hoog genoeg om terug te brengen.

Het patroon: bijna elk nieuw systeem clustert tussen €0,10 en €0,25, met het materiaal en het formaat van de verpakking als belangrijkste variabele. Voor jouw zaak is dat bedrag alleen relevant als je zelf verzegelde flesjes of blikjes verkoopt om mee te nemen — niet voor wat je uit een geopende fles in een glas schenkt (zie cijfer 3).

2. 18 van de 27 EU-lidstaten draaiden eind 2025 al zo'n systeem

Duitsland (2003), Nederland (2005), Estland (2005), Kroatië (2006) en Litouwen (2016) liepen jarenlang voorop; Roemenië, Hongarije, Ierland, Malta, Oostenrijk en Polen kwamen er de voorbije drie jaar bij. Eind 2025 telden bronnen als Sensoneo en Ecomondo 18 van de 27 EU-lidstaten met een operationeel statiegeldsysteem, en Portugal voegde er in april 2026 nog een aan toe. België hoort daar op het moment van schrijven nog niet bij: Vlaanderen, Wallonië en Brussel onderhandelen nog over de invoering, terwijl de Europese achtervang tegen 2029 dichterbij komt.

Dat is geen los feitje — het is precies waarom een Belgische of Italiaanse uitbater het nieuws over 'verplicht statiegeld' in de buurlanden leest en zich afvraagt wanneer het zijn beurt is. Het antwoord hangt af van de eigen lidstaat, niet van de Europese wet zelf: de verordening verplicht het resultaat (90% gescheiden inzameling tegen 2029), niet per se het instrument. Check de status in je eigen land bij de nationale afvalbeheerder of brancheorganisatie voor je conclusies trekt.

3. €0 — wat het statiegeld kost op een glas dat je zelf schenkt en serveert

Dit is het cijfer dat de meeste eigenaars verkeerd inschatten. In vrijwel elk systeem wordt statiegeld geheven op het moment dat een verzegelde verpakking wordt VERKOCHT om het pand te verlaten — niet op het moment dat een fles achter de bar wordt geopend en in een glas geschonken. Zodra jij de dop of kroonkurk eraf haalt en het product uit die verpakking serveert, is er nooit een verzegelde verpakking 'verkocht' geweest die statiegeld zou moeten dragen.

Nederland maakt dat expliciet: KHN kreeg voor de horeca een uitzondering op de innameplicht voor blikjes, net als eerder al voor kleine plastic flessen — een café is niet verplicht lege verpakkingen terug te nemen. Ierland gaat nog een stap verder: horecazaken (HORECA) moeten zich wél registreren bij het schemabeheerder Re-turn zodra ze in aanmerking komende verpakkingen verkopen, maar krijgen automatisch een 'Take Back Exemption' zodra die registratie rond is — ze hoeven geen fysiek innamepunt te bouwen. Het onderscheid dat overal terugkomt: schenk je het zelf en serveer je het op je eigen kaart, dan raakt de consumentenwet je niet. Verkoop je een verzegeld flesje of blikje om mee te nemen — een koelkast met water aan de kassa, een afhaalhoek — dan doe je dat wél.

Twee systemen, met elkaar verward

Ze heten allebei 'statiegeld' — verder hebben ze weinig met elkaar te maken.

Consumentenstatiegeld (nieuw)

Waarop het van toepassing is Een verzegelde fles of blikje die de zaak verlaat
Typisch bedrag €0,10 – €0,25 per verpakking
Wie het int De overheid/het schemabeheer, via de kassa
Sinds wanneer 2003 in Duitsland tot 2025 in Polen
Van toepassing op jouw zaak? Alleen als je zelf verzegelde flesjes/blikjes meeneemt verkoopt

Kratstatiegeld (oud)

Waarop het van toepassing is Elke krat en fles die je bij je leverancier bestelt
Typisch bedrag €1,50 – €3,30 per krat, plus €0,08 – €0,15 per fles
Wie het int Je drankenleverancier, bij levering
Sinds wanneer Decennialang bestaand, geen exacte startdatum
Van toepassing op jouw zaak? Bijna altijd — zodra je bier of fris uit fust of krat schenkt

De linkerkolom is nieuw, wettelijk verplicht en overslaat vrijwel elke zaak die alleen aan tafel schenkt. De rechterkolom bestaat al decennia, heeft niets met een Europese wet te maken, en is precies waar breekverlies en zoekgeraakte kratten écht geld kosten.

4. €1,50 tot €3,30 per krat, plus €0,08 tot €0,15 per fles erin — het systeem dat je al langer kent

Terwijl het nieuwe consumentenstatiegeld de meeste zaken grotendeels overslaat, betaalt vrijwel elke horecazaak al decennia mee aan een heel ander systeem: het kratstatiegeld van de eigen drankenleverancier of brouwerij. In Nederland en België rekent een brouwerij doorgaans €1,50 statiegeld op de krat zelf, plus €0,08 tot €0,10 per fles erin — voor een krat van 24 flesjes bier komt dat op ongeveer €3,90 totaal. In Duitsland ligt het patroon gelijkaardig: €1,50 op de kist plus €0,08 tot €0,25 per fles, afhankelijk van het flesformaat.

Dit systeem is niet wettelijk voorgeschreven en heeft niets te maken met de Europese verpakkingsverordening — het is een privaat, decennialang bestaand B2B-akkoord tussen leverancier en afnemer, en het bedrag ligt niet vast bij wet: elke brouwer of groothandel bepaalt het zelf. Precies omdat het al zo lang bestaat, wordt het zelden nog als kost gezien — tot een krat kapot terugkomt, een fles ontbreekt, of een leverancier de statiegeldrekening pas na maanden vereffent.

5. De cashfloat — geld dat vaststaat tot het wordt doorgestort

Verkoop je zelf verzegelde flesjes of blikjes om mee te nemen, dan int je bij elke verkoop het statiegeld van de klant — en dat geld is op dat moment niet van jou. Het staat vast tot je het doorstort naar of terugvordert bij de schemabeheerder, wat afhankelijk van hoe je aangesloten bent dagen tot weken kan duren. Hoe langer die termijn, hoe meer statiegeld er op elk gegeven moment op je rekening staat te wachten in plaats van dat het je eigen werkkapitaal is.

Dat is geen verlies — het is een tijdelijk vastgezet bedrag, vergelijkbaar met een openstaande factuur die nog niet is betaald. Maar het is wél iets dat een zaak met een kleine marge kan verrassen als het volume plots stijgt: meer verkochte flesjes betekent automatisch meer vastgezet statiegeld, ongeacht of je daar operationeel iets voor hebt gedaan. De rekentool verderop zet dat bedrag voor je eigen volume om in een concreet cijfer.

6. Boetes voor wie zich niet aanmeldt, lopen sterk uiteen per land

In Polen, waar het system kaucyjny sinds oktober 2025 draait, riskeert een winkel of horecazaak die zich niet aanmeldt of geen statiegeld int en terugbetaalt een boete van 10.000 tot 50.000 zloty (ruwweg €2.300 tot €11.600) — en tot 500.000 zloty (ongeveer €116.000) bij zware of herhaalde overtredingen, opgelegd door de provinciale milieu-inspectie. In Nederland kan de NVWA op basis van de Warenwet een bestuurlijke boete opleggen voor overtredingen rond statiegeld en wegwerpplastic in de horeca; in Duitsland handhaven de deelstaten het Verpackungsgesetz met eigen ordnungswidrigkeiten-boetes.

Het bedrag verschilt dus enorm per land en per overtreding — dit cijfer is bewust een voorbeeld uit één land, geen algemene regel. Wat overal wél terugkomt: een zaak die verzegelde flesjes of blikjes verkoopt en zich niet aanmeldt bij het eigen nationale schemabeheerder loopt een risico dat losstaat van hoe klein die verkoop is. Check bij twijfel de eigen aanmeldplicht bij het schemabeheerder of de brancheorganisatie — dit artikel is geen juridisch advies.

7. 200 m² en 250 m² — de winkeloppervlakte die bepaalt of je een innamepunt nodig hebt

Duitsland trekt de grens bij 200 m² verkoopoppervlakte: een kiosk of kleine tankstationshop onder die grens hoeft alleen de merken en materialen terug te nemen die ze zelf verkoopt, terwijl een supermarkt erboven alle materialen van alle merken moet innemen. Ierland trekt de grens bij 250 m² winkeloppervlakte (exclusief opslag): daaronder kom je automatisch in aanmerking voor een 'Take Back Exemption' — je moet dan wel een bordje ophangen en een QR-code tonen naar het dichtstbijzijnde innamepunt, maar geen eigen automaat plaatsen.

Voor een horecazaak is dat cijfer meestal een geruststelling in plaats van een probleem: in de meeste systemen — Ierland maakt het expliciet, Nederland via de KHN-vrijstelling — valt horeca sowieso onder een innamevrijstelling, los van de vierkante meters. De oppervlaktegrens is vooral relevant voor een zaak die zélf ook als kleine winkel optreedt, bijvoorbeeld met een retailhoek of een eigen bottle shop naast het restaurant. Ken de grens die in je eigen land geldt, voor je een innamepunt bouwt dat wettelijk niet nodig was.

De uitrol door Europa, land per land

Van Duitsland in 2003 tot Polen in 2025 — en de EU-brede achtervang die in 2029 sluit.

EU-doel: 90% gescheiden inzameling tegen 2029
Duitsland 2003
Estland 2005
Litouwen 2016
Roemenië 2023
Hongarije 2024
Ierland 2024
Oostenrijk 2025
Polen 2025

18 van de 27 EU-lidstaten hadden eind 2025 al een operationeel systeem, met Portugal daar in april 2026 nog bij. Een lidstaat die dat cijfer op een andere manier haalt, mag zonder statiegeld verder — wie het niet haalt, moet er tegen 2029 alsnog een invoeren.

Wat statiegeld en het kratsysteem je zaak echt kosten — reken het uit

De zeven cijfers hierboven leggen uit wat er verandert en voor wie. Ze vertellen je niet wat het in euro's betekent voor jouw eigen zaak — dat hangt af van je eigen volume, je eigen leveringsritme en je eigen breekpercentage.

Vul je eigen cijfers in. Verkoop je zelf geen verzegelde flesjes of blikjes om mee te nemen, laat dat deel dan gewoon op nul staan — het kratdeel blijft dan nog steeds relevant.

Bereken: je statiegeld-float en kratbreekverlies

Je eigen volume, je eigen doorstorttermijn, je eigen breekpercentage.

Vastgezet statiegeld (float)
gemiddeld op elk moment
Consumentenstatiegeld geïnd per jaar
ter referentie, geen kost
Kratbreekverlies per jaar
definitief verloren statiegeld
Vastgezet of verloren, nu
float + jaarlijks breekverlies samen

De aanname is 24 flesjes per krat — het gangbare aantal voor een bierkrat in de Benelux en Duitsland. Werkt je leverancier met een ander aantal, pas het resultaat daarop aan.

De uitkomst hierboven is een schatting op basis van jouw eigen volume, geen boekhoudkundig advies — het schemabeheer in je eigen land bepaalt de exacte doorstorttermijn en het exacte tarief, en die kunnen afwijken van wat je hier hebt ingevuld.

Gebruik het als startpunt voor een gesprek met je eigen drankenleverancier over het kratsysteem, en met het schemabeheer van je land als je zelf verzegelde flesjes of blikjes verkoopt — beide cijfers zijn nu voor het eerst naast elkaar gezet.

Wat je hiermee doet, deze week

De aanmeldplicht voor consumentenstatiegeld raakt de meeste zaken niet — het kratsysteem raakt bijna elke zaak. Begin daar.

Deze week

  • Check of je zelf verzegelde flesjes of blikjes verkoopt om mee te nemen (een koelkast aan de kassa, een afhaalhoek) — zo niet, dan raakt de nieuwe consumentenwet je waarschijnlijk niet.
  • Vraag je drankenleverancier na hoeveel statiegeld precies op je krat en op elke fles erin zit, en wanneer je dat terugkrijgt bij lege kratten — veel zaken kennen dat bedrag niet uit het hoofd.
  • Tel hoeveel kratten er de afgelopen maand kapot, onvolledig of helemaal niet teruggekomen zijn — dat is het cijfer dat de rekentool hierboven omzet in een jaarbedrag.

Als je wél verzegelde flesjes/blikjes verkoopt

  • Meld je aan bij het schemabeheer van je eigen land — in de meeste landen ben je als horecazaak automatisch vrijgesteld van een fysiek innamepunt, maar de aanmelding zelf is meestal wél verplicht.
  • Vraag na hoe lang het duurt tot geïnd statiegeld wordt doorgestort of teruggevorderd, en hou daar in je cashflow rekening mee als het volume stijgt.
  • Check de winkeloppervlaktegrens die in je eigen land geldt als je zelf ook een klein retailgedeelte hebt — de meeste horecazaken vallen eronder, maar een bottle shop naast het restaurant soms niet.

Doorlopend

  • Bespreek met je leverancier of kratten met een lager breekpercentage terugkomen (stapelwijze, opslagplek) — het verschil zit vaak in hoe kratten in de eigen opslag behandeld worden, niet in de kratten zelf.
  • Volg de status van statiegeld in je eigen land op — de EU-achtervang van 2029 betekent dat een land zonder systeem vandaag er in de komende jaren wél een kan invoeren.
  • Herbekijk je eigen aanname van 24 flesjes per krat in de rekentool als je leverancier met een ander aantal werkt.

De korte versie

Statiegeld op flesjes en blikjes is in de meeste landen een verplichting voor wat een zaak verzegeld verkoopt om mee te nemen — niet voor wat er zelf geschonken en aan tafel geserveerd wordt. Voor het gemiddelde café of restaurant dat alleen drank serveert, raakt die nieuwe wet je dus grotendeels niet.

Wat je wél al jaren raakt, en waar het echte geld zit, is het veel oudere kratstatiegeld van je eigen drankenleverancier — een privaat systeem, niet wettelijk vastgelegd, waar breekverlies en zoekgeraakte kratten stilletjes optellen tot een jaarbedrag dat de meeste zaken nooit hebben uitgerekend.

Ken je eigen situatie: verkoop je zelf verzegelde flesjes of blikjes, meld je dan aan bij het schemabeheer van je land, ook al bouw je zelf geen innamepunt. En reken minstens één keer per jaar uit wat je kratsysteem je werkelijk kost — dat cijfer bestond al lang voor er ooit over een nieuwe pandwet werd gesproken.

Veelgestelde vragen

Moet ik statiegeld heffen op een pintje dat ik zelf tap en serveer?

In vrijwel alle Europese statiegeldsystemen: nee. Het statiegeld geldt voor een verzegelde verpakking die verkocht wordt om het pand te verlaten, niet voor een fles of vat die jij zelf opent en in een glas schenkt. Check bij twijfel de precieze regels van het schemabeheer in je eigen land.

Ik verkoop wel flesjes water en blikjes fris om mee te nemen — wat moet ik doen?

Dan val je in de meeste landen wél onder het consumentenstatiegeld en moet je je aanmelden bij het nationale schemabeheer. Je hoeft daarvoor meestal geen fysiek innamepunt te bouwen — horecazaken krijgen in bijna elk land een vrijstelling van de terugnameplicht — maar de aanmelding zelf is doorgaans wel verplicht.

Is het kratstatiegeld van mijn brouwerij hetzelfde als het nieuwe statiegeld in het nieuws?

Nee, het zijn twee losse systemen. Het kratstatiegeld tussen jouw zaak en je drankenleverancier bestaat al decennia, is privaat geregeld (geen wet die het bedrag vastlegt) en heeft niets te maken met de nieuwe, EU-gedreven consumentenwetten op flesjes en blikjes.

Mijn land heeft nog geen statiegeldsysteem — komt dat er nog aan?

Mogelijk wel. De herziene Europese verpakkingsverordening verplicht elke lidstaat tegen 2029 minstens 90% van de verzegelde plastic flessen en metalen blikjes gescheiden in te zamelen. Een land dat dat al op een andere manier haalt, hoeft geen apart statiegeldsysteem in te voeren; een land dat het niet haalt, wel. Check de status bij je eigen nationale afvalbeheerder.

Wat gebeurt er als ik me niet aanmeld terwijl ik wel verzegelde flesjes verkoop?

Dat verschilt sterk per land, van een bestuurlijke boete tot (bij herhaling) fors hogere bedragen — in Polen bijvoorbeeld tussen de 10.000 en 500.000 zloty. Check de exacte regeling en handhaving bij het schemabeheer of de brancheorganisatie van je eigen land; dit artikel geeft geen juridisch advies.

Waarom staat het kratstatiegeld niet in de wet als het zo duidelijk aanwezig is?

Omdat het geen overheidsmaatregel is, maar een privaat commercieel akkoord tussen een leverancier en zijn klanten — vergelijkbaar met een borgsom op geleend materiaal. Elke brouwer of groothandel bepaalt zelf het bedrag en de voorwaarden, wat ook verklaart waarom het per leverancier kan verschillen.